logo groene loper twenterand
.

Groene lopers zijn een initiatief van de provincie met cofinanciering van de lokale gemeenten. De Groene Loper Twenterand is eind 2019 officieel van start gegaan .

Het idee is groene initiatieven te ontwikkelen in, rond en door Twenterand heen. Met verschillende partijen worden groene initiatieven versterkt. Een aantal projecten zijn inmiddels gestart waarbij de groene loper betrokken is.

  • Het is een zeldzame verschijning in Nederland: de grote vuurvlinder. Als je ‘m ziet, heb je wel meteen door dat dit wat bijzonders is, met die prachtige oranje kleur waaraan ze haar naam dankt. In Overijssel zijn we zo gelukkig dat we nog twee gebieden hebben waar deze beauty rondvliegt: de Weerribben en de Wieden. Verder komt ze alleen nog in de Friese Rottige Meente voor.
  • De scholekster. Vroeger zag je ze vooral aan de kust en op akkers en graslanden, maar nu is deze opvallende verschijning met zijn prachtige rode snavel steeds vaker in stedelijk gebied te zien. Het aantal plekken waar ze veilig kunnen broeden, is afgenomen. Veel bijzonders maakt een scholekster niet van het nest: gewoon een kuiltje in het zand. En zo’n kuiltje blijken ze ook prima te kunnen maken op grinddaken. Zo belandden deze vogels steeds vaker op industrieterreinen en andere plekken waar veel platte daken zijn.
  • ​​​​​​​Het is bij de wilde konijnen af. Dat zeggen we als mensen een nogal enthousiast seksleven hebben. Je zou dus denken dat het met het nageslacht van konijnen wel snor zit. Maar toch staan konijnen dit jaar voor het eerst op de rode lijst omdat het niet goed gaat met hun soort.
  • Mooi in de luier, lelijk in de sluier. Die uitdrukking gaat voor veel nachtvlinders op. De helmkruidvlinder is er zo één. Prachtig zijn de rupsen, met hun felgele bandjes met zwarte stippen. Maar als de rups als pop in een stevige cocon in de grond heeft overwinterd, komt er een tamelijk grauwe vlinder tevoorschijn. Zijn oude naam is helmkruidmonnik, en door de behaarde hals lijkt het inderdaad wel een beetje alsof hij een monnikskap opheeft.
  • Tureluur, graspieper en gele kwikstaart weten zich in Overijssel goed te handhaven in het boerenland. Ze broeden vooral aan de randen van graslandpercelen of op akkers en hebben daardoor minder last van het vroege maaien. Wulp, kievit, grutto en scholekster hebben het moeilijk. De stand van grutto en kievit daalt nog steeds. Wulp en scholekster vertonen een licht herstel na jarenlange afname. Van de aantallen Overijsselse weidevogels uit 1994 (het eerste jaar van het meetnet) is nog 61% over.
  • Vanuit het project Iedereen een Boom biedt de provincie Overijssel subsidie voor kleinschalige boomaanplant.
  • Groene Loper Twenterand en LTO Noord afdeling Twenterand zetten project uit voor ringmus.
  • De ANV is, met medewerking van de Groene Loper Twenterand, druk bezig geweest om via sponsoren een (vogel)kijkhut aan te schaffen. De insteek was om de kijkhut aan te schaffen voor het weidevogelgebied aan de oost kant van Vriezenveen.