Twenterand zet stappen in betere samenwerking
De gemeente werkt aan betere samenwerking tussen raad, college én ambtelijke organisatie. De gemeenteraad stelde hiervoor op 26 mei een plan vast. De eerste stappen zijn gezet en die zijn nog pril, maar inmiddels al wel zichtbaar. Raad, college en organisatie praten bijvoorbeeld vaker met elkaar en zoeken elkaar op. Maar wat vinden de betrokkenen er zelf van? Een wethouder, een raadslid en een ambtenaar vertellen hoe zij het ervaren.
Binnen het college van burgemeester en wethouders is al ander gedrag merkbaar, weet wethouder Rik Pape. “De resultaten uit het eerdere rapport over veiligheid en integriteit logen er niet om. Die signalen nemen we heel serieus”, klinkt Pape bastberaden. “Ze hebben het college en mij persoonlijk aan het denken gezet. We nemen tegenwoordig meer tijd voor contact met ambtenaren en zoeken vaker het gesprek. Ook vind ik dat we als college beter kijken naar wat besluiten betekenen voor de ambtelijke organisatie.”
Gedrag als basis
Volgens wethouder Pape begint het verbeteren van de samenwerking niet met een plan, maar met gedrag. “Samenwerking moet zichtbaar zijn in de praktijk en niet alleen op papier”, benadrukt hij. “We moeten goed naar elkaar luisteren en elkaar op tijd betrekken.” Ook moeten moeilijke onderwerpen volgens Pape bespreekbaar zijn. “Niet alles hoeft direct opgelost, maar we moeten wel samen in beweging blijven.” Volgens hem is er een duidelijke bereidheid om daarin samen stappen te zetten.
Eerste stappen zichtbaar
Pape ziet dus dat de eerste veranderingen merkbaar zijn in de praktijk. “Er worden meer gesprekken gevoerd en die zijn openhartiger dan eerder. Mensen weten elkaar beter te vinden en zoeken elkaar vaker op. Dat zijn kleine stappen, maar ze maken wel verschil.” Volgens hem vormen juist die dagelijkse veranderingen de basis voor herstel van vertrouwen en betere samenwerking. “Maar dit is een proces van de lange adem”, waarschuwt hij voor al te veel optimisme. “We zijn er dus zeker nog niet.”
Raad kijkt naar eigen rol
Ook in de gemeenteraad is het gesprek op gang gekomen. PRO-raadslid Stephan Reusken zegt: “We praten met elkaar over hoe we het doen en of we de juiste dingen doen.” Hij zegt ook: “Durven we tegen elkaar te zeggen wat beter kan?” In de raad is gesproken over integriteit. “Wat betekent het om raadslid te zijn en volksvertegenwoordiger?” Volgens hem is dat een rol die je samen vervult en draagt.
Zelfreflectie en samenwerking
Reusken ziet dat dit effect heeft. “Je merkt dat college, raad en ambtenaren elkaar meer opzoeken en elkaar beter begrijpen.” Volgens hem begint het bij jezelf. “Ik heb daar één woord voor: zelfreflectie.” Hij legt uit: “Durf je ook naar jezelf te kijken en kritisch te zijn op je eigen rol en houding.” Hij benadrukt: “Inwoners willen geen politiek waar het gaat om wie het hardst schreeuwt en gelijk wil krijgen, maar een overheid die problemen oplost en werkt aan een Twenterand waar het fijn wonen en werken is.”
Meer openheid en vervolg
Ook binnen de ambtelijke organisatie is er veel in beweging, zegt ambtenaar Alice Vrielink. “We hebben veel gesprekken gevoerd, in teams en tijdens ontwikkeldagen. Het belangrijkste is dat we vaker met elkaar in gesprek zijn. Die gesprekken gaan ook over hoe mensen met elkaar omgaan. Dat gaat soms over persoonlijke waarden. Dat is niet altijd makkelijk.” Tegelijk ziet Vrielink dat mensen willen meedoen. “We benoemen wat goed gaat en wat beter kan. Communicatie is daarbij heel belangrijk.”
Proces gaat verder
Volgens Alice Vrielink is het werk nog niet klaar. “Het begin is er, maar we moeten door.” Zij benadrukt dat dit vraagt om te blijven investeren in communicatie en het gesprek. Raad, college en organisatie trekken daarin samen op. Wethouder Rik Pape plaatst dat in perspectief: “We doen dit niet voor onszelf, maar voor de inwoners van Twenterand. Goede samenwerking is de basis om inwoners goed te helpen en vertrouwen te verdienen. Daar blijven we de komende tijd met elkaar volop aan werken.”